#119: Vakantieplannen (deel 2)

Ik kan het maar niet laten rusten. Ik wil zo graag eens op vakantie naar de sneeuw. Nadat ik een skivakantie in Zwitserland geboekt én ook weer geannuleerd heb (zie blog #118) ben ik een paar dagen onrustig.

Het is nu 6 januari 2020. De feestdagen zijn weer voorbij, de kerstboom wordt weer opgeborgen, ik ben weer jarig en ik vier het weer niet want ik kan nog steeds niet tegen prikkels, mensen, veel kletsen, veel activiteiten. Maar om tóch een beetje mezelf te verwennen ga ik een uurtje skiën bij Snowworld, even buiten Amsterdam.

Sneeuw

Net zoals vorige keer (zie blog #98) is het skiën heel erg leuk. Ik geniet werkelijk, ook al is het een saaie, korte indoor baan waarbij je meer in de lift zit dan dat je naar beneden aan het skiën bent. Heerlijk is het. Lekker koud, en lekker naar beneden zoeven. Zie je wel, ik moet skiën want dat is zooooo lekker.

Ik raak de gedachtes over een echte skivakantie maar niet kwijt. Ik wil zo graag naar de bergen, lekker in een rustig klein skigebiedje, in een rustig hotelletje. Ik ben al drie jaar niet op vakantie geweest. Dan mag ik toch heus wel een keer? Maar ik ben ook bang. Bang dat ik instort op vakantie. Bang dat ik in paniek raak. Bang dat ik het niet aan kan. Verdorie wat is een burnout toch lastig.

(Advertentie)

Ik wil zo graag naar Zwitserland. Weet je wat? Ik ga gewoon eerst in Nederland een eind rijden en dan kijk ik hoe het autorijden bevalt. Bijvoorbeeld 2,5 uur heen en dan pauze en lunch, en dan 2,5 uur terug. Dat noem ik dan 1 dag rijden en dan kan ik kijken of ik misschien toch in 2 dagen naar Zwitserland kan rijden.

Ik rijd heen en weer naar Vaals, om het autorijden te oefenen.
foto: © 2020 kutikhebeenburnout.nl

Vaals

De volgende dag spring ik ietwat nerveuzig in de auto. Ik rijd naar Vaals. Het drielandenpunt. Ik ben er nog nooit geweest, het is een leuk uitstapje. Het is wel 2,5 uur rijden en dan moet ik ook nog terug dus ik ben wel een beetje bang dat het niet lukt. Ik besluit dat dit een definitieve autorijtest is. Als ik ook maar enigszins last krijg van angst- of paniekaanvallen, dan ga ik niet naar Zwitserland. Punt.

Het eerste uur ben ik nerveus en heb ik een zwaar hoofd. “Waarom doe ik dit? Waarom rijd ik naar Limburg? Dit kan toch helemaal niet? Dit is te veel voor me!” raast het door mijn hoofd. Shit, ik ben zo nerveus. Daarna kom ik langzaam tot rust. Maar niet een relaxte rust. Meer een sort van “okee ik heb weliswaar geen angsten maar ik ben ook niet echt kalm” rust.

Dan kom ik aan bij het drielandenpunt. Ik stap uit de auto en ga een restaurantje in om te lunchen. Ik ben nerveus, maar niet zo heel erg. Wat doe ik hier? Ik ben ver van huis. Waarom ben ik hierheen gereden? Kan ik nog wel terugrijden? Ik ben onzeker en ongemakkelijk.

Na de lunch stap ik weer in de auto om nog even 100 meter te rijden naar de échte parkeerplaats van het drielandenpunt. In de auto moet ik opeens verschrikkelijk hard huilen. Ik ben gespannen. Ik heb 2,5 uur gereden en ik moet nog terug. Dit wordt nooit wat, ik kan Zwitserland wel vergeten. Ik wandel wat rond en maak foto’s van drie landen. Nou ja, ik ga maar weer terug. Thuisgekomen ga ik vroeg eten en vroeg naar bed. Ik ben gespannen en onrustig en ik neem 2 mg Diazepam om te kunnen slapen.

Internetten

De volgende dag ben ik wat verdrietig dat ik niet naar Zwitserland kan gaan. Jammer hoor, maar helaas. Het is beter om het toch maar niet te doen. Maar dan, na een paar uur lummelen en me leeg voelen… bedenk ik opeens… dat ik ook… met de trein kan gaan! Yeah! De trein! Waarom heb ik dat niet eerder bedacht? Meteen ga ik als een gek internetten. Ik boek een hotel voor 7 dagen en een retourtje Zwitserland met de trein, Yes! Ik kan het! Ik kan gewoon gaan!

En dan hoef ik niet zo ver auto te rijden! En ik kan gewoon Diazepam of Oxazepam meenemen voor noodgevallen want ik hoef toch niet auto te rijden! Wat een goed idee! Yes, ik doe het. Ik ga op vakantie naar Zwitserland, naar een stiltehotel. En een klein skigebiedje waar ik dan af en toe ga skiën. En voor de rest rustig aan doen, wandelen, en genieten van de bergen!

Ik bestel meteen maar even een nieuwe reistas en een nieuw hoesje voor mijn telefoon want ik was gisteren jarig en dan heb ik meteen een leuk, toepasselijk kadootje.

Terwijl ik mijn laptop tevreden dichtklap krijg ik opeens een enorme angstaanval. Een echte, die ik eigenlijk al lang niet meer heb gehad. Mijn hart gaat kloppen als een razende. De adrenaline knalt door mijn lichaam. Ik breek uit in zweten en duizelen en ik ga keihard, keihard huilen. “Ik durf het niet! Ik durf het niet! Ik durf niet op vakantie! Ik moet annuleren! Ik moet annuleren!” roep ik hardop. Ik raak een beetje in paniek en smijt mijn laptop op de bank. Zo’n grote angstaanval heb ik echt al twee jaar niet gehad.

Pfoeh! Ik heb mezelf weer naar de klote geholpen met mijn ritje naar Vaals en mijn enthousiasme over op vakantie gaan. Het is te veel voor me. Ik kan dit nog helemaal niet aan! Wat een klotezooi. Waarom kan ik dit niet? Waarom kan ik na drie jaar thuis zitten nog steeds bijna niks? Wanhoop overmant mij. Wanhoop en angt.

Annuleren

In de nacht erna ben ik nerveus en heb ik enge dromen. Ik word wakker en ik tril en ik heb angsten. Shit, ik tril weer. Ik was juist zo blij dat ik in november was gestopt met trillen (zie blog #105). Ik heb een gespannen gevoel, ik heb een gevoel alsof ik enorm moet huilen en schreeuwen, maar er komt nu niks uit. Zal ik annuleren?

Ik heb nog twintig dagen om mijn reis te annuleren, daarna ben ik mijn geld kwijt. Ik besluit om nog niet te annuleren maar om de komende dagen rustig aan te doen, alles te vergeten en tot rust te komen. En dan op de laatste dag beslis ik of ik alsnog de trein in stap. Ik mag ook gewoon alles betalen en helemaal niet op vakantie gaan. Dat is onderdeel van een burnout. Het zou zonde van het geld zijn, maar het hoort er ook een beetje bij als je met een burnout iets nieuws wil proberen.

(Advertentie)

Ik zal proberen de angsten te accepteren en de komende weken weer rustig aan tot zinnen te komen. “Je mag altijd annuleren, Martin, ook al kost het je dan €1000. Je hóeft niet per sé weg, maar je mág wel. Je mag, dus als je wíl dan mag je gaan.” zeg ik tegen mezelf. In de dagen erna moet ik vaak huilen omdat ik zoveel spanning in mijn hoofd heb. Maar eigenlijk blijkt die spanning helemaal niet door de vakantie te komen. Telkens als ik aan de vakantie denk heb ik er juiste steeds meer zin in en heb ik voorpret.

Ik moet echter steeds vaker huilen om mijn ouders, die beide niet meer leven. “Dag lieve mam en pap! Ik hou van jullie!” huil ik steeds. Mijn ouders zijn degenen die mij jaren geleden eens uitnodigden om naar Zwitserland te komen waar zij op vakantie waren. Precies op de plek waar ik nu ga skiën. Ik denk dat daar de oorzaak zit van deze heftige emoties. Ik ga naar Zwitserland, en dan moet ik gewoon even naar pap en mam zwaaien.

Een week later kom ik langzaam tot rust. Ik raak helemaal gewend aan het idee dat ik wegga. Ik ben niet meer bang, en ik hoef niet meer te huilen. Ik begin in te plannen wat ik allemaal meeneem, en wat ik in welke tas doe. Het voelt nu goed. Ik ga naar Zwitserland, en het voelt goed! Gelukkig dat mijn spanning en stress toch ook wel weer herstellen. Dat is een goed teken. Een teken dat mijn lichaam zich weer kan herstellen.

Volgende keer

Volgende keer het antwoord op de vraag: medicijnen gebruiken bij een burnout of niet?

Bekijk reacties op deze blogpost of reageer zelf via Facebook, Instagram of Twitter.