#100: We gaan vooruit

Blogje #100. Wie had dat ooit gedacht? Vijftig blogs geleden had ik nooit kunnen dromen dat ik nog vijftig blogs verder zou moeten. Van een blog hoop je dat hij eeuwig doorgaat, want dat is leuk voor jezelf en voor je lezers. Maar bij een burnout-blog niet. Daarvan hoop je dat hij snel eindigt en in de vergetelheid raakt en dat iedereen kan lezen dat een burnout best wel meevalt.

Zelfs na de eerste twee jaar burnout kon ik mij nog steeds niet echt voorstellen hoe lang het herstellen van een burnout eigenlijk duurt en hoe ultra-langzaam het gaat. Dat de zelfvernietiging zó’n enorm grote invloed zou hebben op mijn lichaam. Dat kleine stapjes vooruit nog kleiner moeten zijn omdat het anders weer fout gaat.. Dat “keihard werken” zó verschrikkelijk ongezond voor je is, als er geen “keihard uitrusten” tegenover staat.

Hoe lang nog?

En zelfs nu het merkbaar wat minder slecht met me gaat, kan ik me nog steeds maar moeilijk neerleggen bij het feit dat ik misschien pas op de helft ben, of misschien zelfs helemaal nooit meer helemaal beter wordt. De meeste websites, coaches en bedrijfjes die burnouts oplossen gaan uit van zes tot twaalf maanden. Meer informatie is er niet te vinden. Hier en daar lees je wat over iemand die 2,5 jaar bezig was. Zeer zelden zie je staan dat iemand 3 jaar bezig was. En dus denk ik na drie jaar dat ik een bijzonder geval ben, misschien een zeer ernstig geval.

Misschien ben ik wel één van de uiterst zeldzame gevallen die een chronische burnout heeft en nooit meer beter zal worden. Het schijnt te bestaan, Het schijnt voor te komen. Maar je kan er maar weinig over vinden.

(Advertentie)

Nou ja, het is wat het is. Over tot de orde van de dag: ik stop maar weer met mijn nieuwe YouTube hobby (zie blog #99) na een paar weekjes lekker rommelen met de computer. Het is toch nog te zwaar voor me om mijn ideeën voor leuke YouTube filmpjes ten uitvoer te brengen. Ik word helemaal gestoord van de computer als ik er te lang op zit te werken. En dan na een tijdje kan ik ook weer niet slapen. Stoppen dus. Maar ik ben wel blij en trots dat ik al zo ver ben gekomen.

Ik merk dat ik wel duizend ideeën heb. Ideeën voor filmpjes, websites, blogs, en apps. Ideeën voor hobby’s, werk, en vrije tijd. En die vooruitgang is mooi: in de eerste jaren van mijn burnout kreeg ik direct angstaanvallen als ik nadacht over de toekomst of over nieuwe ideeën. Het ontbreekt me nu alleen nog aan de energie om ze te gaan uitvoeren. En het leven is te kort om ze in de toekomst te gaan doen. Dus dat is dan wel weer kut.

Eerst maar eens beter worden en weer gaan werken. En als ik ga werken dan heb ik ook geen tijd meer om al mijn ideeën te gaan implementeren. Pfoeh! Ik moet mijn enthousiasme maar wat inperken. Misschien moet ik wel nooit meer gaan werken maar alleen mijn leuke ideeën gaan uitvoeren?

Ik wordt tureluurs als ik te lang op de computer werk.
foto: ©2019 kutikhebeenburnout.nl

Mijn hoofd, mijn hoofd, mijn arme hoofd

De laatste weken gaan mijn lichamelijke klachten steeds wat meer weg. Ze waren al flink verminderd, maar ze lijken nu bijna helemaal over te gaan. Dat is super goed! We gaan vooruit!

En met “lichamelijke klachten” bedoel ik alles wat niet met mijn hoofd te maken heeft. Dus de inwendige trillingen in mijn borst en benen. De spierstuipen, de buikpijnen en de steken in organen. De slapende armen en benen. Ze gaan allemaal langzaampjes weg. Yeah! Alleen tril ik nog van binnen, de hele dag door.

En mijn hoofd, mijn hoofd, mijn arme hoofd, wil nog niet. De hard bonzende hartkloppingen zijn weliswaar verdwenen uit mijn kop, maar er is nu totale moeheid en katerigheid voor in de plaats gekomen. Ik heb 24 uur per dag een zwaar en tegelijk licht hoofd, met duizelingen als ik opsta of loop, een dronken gevoel als ik op de bank zit, en regelmatig een soort angstige schokgolven.

En het voelt alsof ik elk moment kan gaan huilen. Zo’n huilhoofd, dat spanning bevat maar zonder dat je daadwerkelijk gaat huilen. Mijn CSR-coach (zie blog #60) zei destijds al tegen me: het hoofd is het laatste dat weer normaal gaat doen.

Het is erg fijn dat de rest van mijn lichaam weer voor 90% goed is. Alleen dat hoofd is zo overheersend en irritant aanwezig, dag en nacht, dat het moeilijk is om in te zien en te voelen hoe goed het eigenlijk met me gaat.

De dagen zijn makkelijker

De dagen gaan makkelijker voorbij. Ik ben niet meer zodanig naar de klote dat ik alleen maar op de bank kan zitten. Ik doe “om te oefenen” wel twee keer 50 minuten computerwerk in de ochtend. En dan lunchen en rustig worden op de bank met een theetje. In de middag doe ik boodschappen en ik kook om de dag.

En dan is de dag alweer voorbij. Nog even Netflix kijken, wat me nu ook beter af gaat, en dan naar bed rond 20:00. Ik slaap beter, zonder slaapmiddelen, en word nog maar 1x per nacht wakker. Dan zet ik een muziekje op en val ik weer in slaap. De tijd vliegt voorbij, en dat is een hele vooruitgang ten opzichte van de tergend lange, lege dagen van een tijd geleden.

Ik slaap 7 uur per nacht nu, en lig wel van 20:00 tot 08:00 in bed. Heerlijk. Slaap inhalen. Rust inhalen. Ik ben ook niet meer zo gejaagd en nerveus als ik wakker word. Voorheen had ik altijd meteen een gevoel van: “ik moet snel uit bed en dingen doen en vlug, vlug, vlug!”. Nu kan ik gewoon rustig blijven liggen zolang ik daar zin in heb. Ja, het gaat dus echt beter. Beter!

Plannen voor de toekomst

Dat dronken hoofd is wel dusdanig overheersend, dat ik me eigenlijk niet realiseer dat het met de rest van mijn klachten eigenlijk best goed gaat. Dronken zijn is niet fijn, als je het niet wilt. Ik raak een beetje geobsedeerd door dat rare hoofd, want het is zo verstorend en irritant.

Maar eigenlijk is dat goed. Ik ben de afgelopen drie jaar gegaan van totaal naar de klote met tientallen lichamelijke klachten en verstoringen, naar slechts één verrot hoofd met tergende moeheid. Dat is dus echt super, super vooruitgang, ook al voelt het niet zo en kan ik nog steeds niet werken.

(Advertentie)

Nou ja, dat is het dus voor nu. Blog #100. Ik hoopte ergens bij blog #25 al dat ik zou zeggen: “dag mensen, ik ben weer beter, doei!”. Maar ik heb nog even te gaan. Volhouden dus maar weer. Mijn plan voor de toekomst is nu als volgt: in oktober 2020 eindigt mijn WW-uitkering. Het is nu eind november 2019. Over een maand of 4 of 5 zal ik een evaluatiemoment inlassen. Als mijn hoofd dan aanzienlijk beter is, ga ik weer beginnen met reïntegreren: een verplichting buiten de deur zoeken voor een paar uur per week of zo.

Gaat het niet beter, dan leg ik me er bij neer en ga ik me voorbereiden om in de bijstand terecht te komen. Dat klinkt behoorlijk heftig, maar het is een goed plan. Ik ga namelijk niet mezelf (laten) dwingen om te gaan werken terwijl ik dat niet aankan.

Maar zoals ik me nu voel, denk ik dat het niet nodig zal zijn. Mijn lichaam doet weer normaal, alleen mijn kop nog niet. Geduld, Martin, geduld.

Volgende keer

Volgende keer ga ik weer iets te snel.

Bekijk reacties op deze blogpost of reageer zelf!