#88: Ik hoef mezelf niet af te keuren

Na mijn laatste complete instorting (zie blog #87) volgen er enkele dagen van rust. Ik ben weer aan de Diazepam dus ik ben slomer. Ik kan weer makkelijker rust nemen en niks doen. Gewoon een beetje op de bank hangen en dan maar afwachten.

Na ongeveer vijf dagen ben ik weer “de oude”. Dat wil zeggen: ik ben niet meer de hele dag nerveus. Dat is heel mooi. Ik stop weer met de Diazepam, en ik kan ook weer gewoon vrij goed slapen. Yes, gelukkig! Dat is echt vooruitgang.

Wel ben ik nog voortdurend zweverig en duizelig, alsof mijn hoofd steeds door iemand wordt weggeduwd. Mijn gedachten zijn druk, ik heb de meest krankzinnige dromen, en ik moet nog steeds veel huilen.

Obsessief internetten

Nog weer een week verder voel ik me nog wat beter, en ga ik voor de lol even internetten, wat ik al lang niet heb gedaan. Om één of andere reden kom ik op een website met tweedehands auto’s terecht. Ik doe wat rare zoekopdrachten, bijvoorbeeld geen merk invullen en alleen het bouwjaar 1972, en dan kijken wat er uit komt.

Zo heb ik een tijdje lol en ontdek ik rare auto’s. Nou ja, het slaat eigenlijk nergens op, maar ik vermaak me in elk geval. Dan opeens zie ik een auto die ik heel leuk vind.

En daarmee knal ik binnen in één seconde weer in mijn oude gedrag. Mijn oude ik. Mijn oude manier van werken: ik ga obsessief internetten. Ik ga kijken hoeveel er van die auto te koop zijn, wat de recensies zeggen over die auto. Ik kijk of ze veel voorkomen, en of ze in Duitsland goedkoper zijn. Ik ontdekt dat de radio in de Amerikaanse versie van die auto heel anders is dan de Europese. Dus ik zoek of je de Amerikaanse radio ook in de Europese auto kan zetten. (Dat blijkt niet te kunnen.) Nou ja, ik blijf maar internetten op zoek naar allemaal onzinnige informatie die ik helemaal niet hoef te weten.

Ik ben weer mijn gevoel aan het vermijden. Ik hou mezelf nutteloos bezig. Ik internet maar door, blijf maar kijken naar die auto. Het is niet goed voor me, al dat geïnternet. Ik heb ook helemaal geen auto nodig, want ik heb de mijne met veel pijn en ellende al een tijd geleden ingeruild (zie blog #26) en ik heb nu een betaalbare, zeer luxe, mooie auto. Maar toch ga ik proefritten maken.

Wat? Waarom doe ik dat? Waarom? Ik ben net herstellende van een complete instorting. Ik zou moeten chillen en relaxen en niksen en in de tuin hangen. En dutjes doen en zo. Maar ik ben zeer fanatiek een auto aan het zoeken. Waarom doe ik dat? Waarom?

Ik koop hem

Ik merk dat ik verliefd raak op die auto. Ik wil hem. En ik wil hem nu. Ik voel wel aan dat ik een beetje handel vanuit leegte en verveling. Doordat ik nauwelijks activiteiten kan doen zonder lichamelijke klachten te krijgen voel ik me altijd leeg van binnen en eenzaam en kapot. Maar auto’s kijken is leuk en plezierig en de dag gaat lekker snel voorbij.

Ben ik echt verliefd op die auto? Ik denk dat ik meer verliefd ben op het verliefd zijn. Dat ik nu eindelijk een lekkere activiteit heb waarmee ik de dagen doorkom. Dat ik me niet huilend zit te vervelen op de bank, maar gewoon iets leuks doe.

In een Numbers-sheet (een soort Excel) dat ik nog heb van de vorige auto-omruil reken ik uit dat deze auto goedkoper voor mij is per maand. Dat is mooi zeg! Als ik hem koop, ga ik dus een klein beetje besparen. Vijftien euro per maand. “Dat is bijna niks, maar met mijn lage WW-uitkering is alles meegenomen”, zo lul ik tegen mezelf.

Ik koop hem. Waarom koop ik een andere auto? Waarom? Ik ruil mijn luxe, mooie auto in voor een kleinere, minder luxe auto van een slechter merk. Ik bespreek dit alles met de autoverkoper, want ja, een praatje is ook wel eens leuk. Ik vertel hem over de burnout en de verveling en de angst. Maar ik snap nog steeds niet waarom ik de auto koop.

Na de hittegolf volgt wat regen. Prima weer om een andere auto uit te zoeken, denk ik dan maar.
foto: © 2019 kutikhebeenburnout.nl

“Je bent juist goed bezig!”

Wat ben ik toch ook een kneus. Ik begrijp niet waarom ik een auto aan het kopen ben. En ik neem er nieuwe banden bij. Ik wil all-seasons banden want ik haat het onzinnige gelul over zomer- en winterbanden. Natuurlijk besteed ik weer twee uur aan het zoeken naar de juiste banden. Wat ben ik toch allemaal aan het doen? Ik ben bang dat ik me vergis, dat ik het fout doe. Hier wordt mijn burnout toch niet beter van?

Ik bespreek dit alles met de psycholoog. Zij is uiterst kalm en complimenteert mij dat ik zo goed bezig ben…

…mijn mond valt open van verbazing.

Ze zegt dat ik goed heb gehandeld omdat ik assertief was bij het maken van de proefritten en het onderhandelen, terwijl ik juist denk dat ik nooit assertief ben. En ze is tevreden dat ik bewust heb gekozen voor die banden en ik daarmee kies voor mezelf, voor wat ik wil, en wat voor mij prettig is. En dat is goed.

“Ja maar, ik heb veel te veel geïnternet,” leg ik uit, “dat is toch helemaal niet goed? En ik moest twee keer helemaal naar Gelderland rijden voor proefritten! Dat is toch veel te veel?” De psycholoog zegt dat ik nu dus heel goed aanvoelde dat het allemaal te veel was, en dat dat juist een enorme vooruitgang is. Ik ga juist nu weer voelen wat wel of niet te veel is, iets dat ik lange tijd niet heb gekund.

Dat ik een andere auto koop terwijl ik al een goede auto heb, dat vindt ze prima. Dat zoiets “verkeerd” zou zijn zit alleen maar in mijn eigen hoofd. Waarom zou ik niet zomaar een auto mogen kopen? Dat altijd alles maar logich en verstandig moet zijn, dat hoeft helemaal niet! Ik was bang dat ik op mijn kop zou krijgen, maar ik krijg positieve aanmoedigingen. Wat fijn! En natuurlijk is dat zo! Ik ben een volwassen man! Ik mag gewoon een auto kopen ook al heb ik die niet nodig. Ik mag mezelf heus wel verwennen, mijn acties zijn helemaal niet fout of dom.

  • Ik krijg hier het inzicht dat ik mezelf vaak onnodig afkeur omdat ik denk dat van alles niet mag of niet goed is. Dat ik alleen maar verstandige, afgewogen keuzes mag maken. Dat spontaan iets leuks doen eigenlijk verkeerd is.

Dat kan dus anders, hier leer ik van! Rot maar op met al die stomme regels die in mijn hoofd zitten.

Doe zo verder

Deze stappen zijn goede stappen om terug te keren uit het dal. Doe zo verder, Martin, doe zo verder. Heb ik een auto nodig? Neen! Koop ik er toch één? Ja! Is dat erg? Neen! Maakt het een ruk uit? Neen! Ben ik gewoon aan het leven? Ja! Opeens snap ik de term YOLO, een flauwe (en tevens niet meer hippe) tieneruitdrukking om gewoon maar overal schijt aan te hebben.

In mijn hoofd was ik al smoesjes aan het bedenken om aan mijn zus en mijn vrienden uit te leggen waarom ik een andere auto heb gekocht. Maar die smoesjes zijn niet nodig. Fuck it. Ik hoef mezelf niet uit te leggen. Ik hoef mijn acties niet te verklaren. Ik mág dit gewoon doen. Angst en onzekerheid hierover zijn NIET NODIG.

Over een week ga ik hem ophalen, mijn nieuwe wagentje. Daarna kan ik weer overgaan tot de orde van de dag: me vervelen en herstellen van mijn burnout. En ik vertel gewoon aan mijn vrienden dat ik deze auto puur uit verveling heb gekocht, zonder dat ik hem nodig had. Punt.

Volgende keer

Volgende keer ga ik weer naar het UWV in Alkmaar voor de hoorzitting over mijn ziektewet bezwaar.

Bekijk reacties op deze blogpost of reageer zelf!

Advertentie