#85: Woede en bloed

In de dagen nadat ik boos ben weggelopen uit het gesprek met het UWV (zie blog #84) lijk ik een beetje te kalmeren. Ik denk niet meer aan het gesprek, ik ga geen bezwaar maken tegen de beslissing, en ik blijf gewoon in de WW zitten. Ik ga weer over naar de orde van de dag, waarbij ik elke dag even achter de computer zit om mijn oude werk weer te “oefenen” en voor de rest veel rust neem.

Ik merk wel dat ik in de avonden best veel Netflix kijk. Ik kijk serie na serie, en vind dat erg leuk. Ik heb niet het gevoel dat het te veel voor me is of zo, het is prettig dat ik weer gewoon TV kan kijken.

Woede

Ongeveer een week later zit ik ‘s avonds na het eten op de bank en ik kijk opnieuw naar een serie op Netflix. Maar ik kan mijn aandacht er niet bijhouden. Ik ben nerveus, en ik zit niet lekker in mijn stoel. Ik zet het programma even stil, en ga thee zetten. Dan opeens komt de herinnering boven aan die vervelende arts van het UWV waar geen speld tussen te krijgen was en die verwees naar de rechter als ik het niet met hem eens was. Hardop begin ik te praten, in mijn eentje, in de kamer. Alsof ik weer voor hem zit voer ik opnieuw het gesprek. Ik beargumenteer waarom hij niet eerlijk is. En tijdens mijn monoloog word ik boos. Langzaam ga ik naar woedend.

Ik begin opeens heel hard te huilen en te schreeuwen. Alles komt er nu uit. Ik sta op, pak een handdoek en begin daarmee keihard op de leuning van mijn stoel te meppen. “Godverdomme, klote UWV!” schreeuw ik het uit. Ik mep en ik mep en ik mep, zoals de Romein in de afranselingsscène van Jesus Christ Superstar.

In mijn woede zie ik de opeens gevel van het gebouw van het UWV voor me, met het blauwe logo. Dat is slechts één straat verderop bij mij in de buurt. Het wordt zwart en wit voor mijn ogen terwijl ik huil en schreeuw. “Ik ga de ruiten ingooien. Ik ga de ruiten bij het UWV ingooien,” bedenk ik, en ik schreeuw het hardop. Er flitst een plannetje door mijn hoofd. Ik heb nog een paar duizend euro op mijn spaarrekening staan dus als ik opgepakt wordt en alles moet betalen dan is dat prima.

Ik blijf rammen met de handdoek en ik blijf huilen. Dat klote UWV, wat een oplichters, wat een onrecht. Waarom vinden ze steeds dat ik 40 uur per week moet kunnen werken en verschuilen ze zich steeds achter de regels en achter “ga maar naar de rechter”. Vuile flikkers. Klootzakken. Dat heeft niets te maken met “een arts gaat bepalen wat u met uw psychische en lichamelijke klachten nog kan,” dit is gewoon messen steken in de ruggen van zieke mensen en dan zeggen: “tja sorry, dat zijn gewoon de regels”.

Ik voel me waardeloos, genegeerd en geminacht. “Klote, klote, klote UWV,” raast het door mijn hoofd. Ik stop met meppen. Ik huil en laat mezelf op mijn bed vallen. Als een verongelijkte tiener lig ik lang en hard te huilen op mijn bed. Zo woedend als dit ben ik in mijn hele leven nog nooit geweest.

Dan bedaar ik en zet ik mijn computer aan. Ik ga verdomme een brief schrijven. Urenlang werk ik aan een bezwaarbrief. Ik leg alles wat de UWV arts heeft gezegd op de snijtafel en fileer het. Ik beschuldig het UWV van alles wat ze fout hebben gedaan en ik eis dat ik nu eindelijk eens een eerlijke, echte beoordeling krijg.

Mijn brief is fantastisch, uitgebreid, geweldig. Uitgeput ga ik veel te laat naar bed.

Ik hang een insectenhotel in mijn tuin. Kleine klusjes als deze moeten er voor zorgen dat ik rustig blijf en me niet verveel.
foto: © 2019 kutikhebeenburnout.nl

Bloed

De volgende dag ga ik buiten fietsen, maar ik ben niet relaxed. Ik breek mijn fietsronde af om weer snel naar huis te gaan. Ik ga maar even achter de computer zitten want de brief die ik geschreven heb giert maar door mijn kop.

“Zal ik hem opsturen?” vraag ik mezelf af. Want als ik de brief opstuur dan moet ik weer naar Alkmaar voor een nieuw gesprek en ik weet nu al dat hetzelfde er uit gaat komen. Ik ben inmiddels vier keer bij een UWV-arts geweest en vier keer oordelen ze dat ik 40 uur kan werken. Kennelijk zijn dat zo hun regels. Kan je stofzuigen? Dan kan je ook werken. Kan je je tanden poetsen en douchen? Dan kan je ook werken. Kan je schijten? Dan kan je ook werken.

Dat zal mij weer dezelfde stress opleveren. Stress die ik niet nodig heb. Stress waarvan mijn klachten alleen maar erger worden en mijn herstel vertraagt. Nerveus zit ik wat te rommelen op mijn computer. Ik twijfel of ik de brief zal versturen. Dan opeens krijg ik een flink stekende buikpijn.

Ik ren naar het toilet en zie daarna tot mijn grote schrik bloed in WC liggen. Zie ik dat goed? Ja ik zie het goed. Het water in de WC kleurt rood. Ook het WC-papier zit onder het bloed.

Dan word ik heel slap. Ik word doodsbang. Ik stort in. Het wordt zwart voor mijn ogen. Ik val bijna flauw op de WC. Zal ik doodgaan op de plee, net zoals Elvis?

“Zie je wel, ik heb helemaal geen burnout! Ik heb kanker of zo. Ik heb een aandoening in mijn darmen. Daarom ben ik zo moe! Daarom herstel ik niet!” knalt het door mijn kop. “Ik moet naar de dokter. Ik ga doodbloeden. Als ik vannacht naar bed ga dan word ik niet meer wakker!”

Ik begin te huilen en ga onder de douche staan. Als in een Hitchcock-film loopt een beetje bloed het afvoerputje in. Op het internet zoek ik naar informatie. Okee. Het valt mee. Meestal is er niets aan de hand. Okee, rustig maar. Ik ga niet dood.

Flauwvallen

Waarom heb ik dit nou weer? Ik heb al een burnout en nu heb ik weer iets anders er bij. Ik wil een dokter bellen maar het is natuurlijk weer Pinksteren en dus is alles weer dicht.

Ik word steeds slapper. Ik kan bijna niet meer overeind staan. Ik drink thee, maar ik ben slap, duizelig, moe en bang. Ik besluit om maar in bed te gaan liggen. Ik ben dood- en doodmoe. Ik ben er nu zo langzamerhand wel van overtuigd dat mijn leven geen zin meer heeft.

Want ik ben kapot, ik herstel nauwelijks, het UWV naait me keer op keer, en ik bloed uit mijn reet. Dit is het diepste dal waarin ik ooit heb gezeten. Ik ben inmiddels 47. Afgerond is dat oud en dood. Er is niets meer over van mijn leven. Ik heb al meer dan twee jaar niet gewerkt, niet gefunctioneerd. Ik ga de drie jaar met gemak halen.

Ik heb de ene therapie na de andere gevolgd. Coaching, huisarts, psychologen, mindfulness, rust nemen, bewegen, hardlopen, langzaam lopen, fietsen. In de natuur zijn. Zwemmen in zee. Leuke dingen doen, hobby’s. Middagdutjes, yoga, gezond eten. Ontprikkelen, kalm zijn. Verveling, tot rust komen, acceptatie. Kleine stapjes naar voren. En dan weer een stapje terug. Maar niets lijkt helpen.

Er is niets meer van me over. Ik ben oud en kapot en ziek en ik bloed. Ik ben onrustig en bang. Ik wil dit niet meer. Het moet ophouden. Ik… wil… dit.. niet… meer… en.. het.. moet.. ophouden. Huilend bel ik een vriendin op, terwijl ik nog in bed lig. Ze stelt me gerust. Daarna ben ik wat rustiger en doodmoe.

Hoe moet dit nu verder? Kom ik ooit nog uit dit dal? Ik wacht het een paar dagen af en zal dan de dokter bellen.

Volgende keer

Volgende keer raak ik mijn angsten maar niet kwijt, maar gaat het lichamelijk wat beter.

Bekijk reacties op deze blogpost of reageer zelf!

Advertentie