#37: Kijk mam, ik zwem in de zee

Regelmatig loop ik op het strand. Ik heb een wandelrondje over het strand van Bloemendaal en dan terug door de duinen naar Parnassia. Ik loop daar al sinds het begin van mijn burnout, toen de dokter me vertelde dat ik een uur per dag naar buiten moest gaan, weer of geen weer (zie blog #09).

Ik zie het strand en de duinen elke keer weer veranderen. De zee en de wind doen hun werk; er verschijnen en verdwijnen kuilen en duinen, struiken en grassen. Paaltjes, prullenbakken, hekjes en borden verslijten en waaien omver. En ze worden weer hersteld of omhoog gehesen door de gemeente als ze bijna onder het zand verdwenen zijn.

Het lijkt erop dat de duinen en het strand sneller veranderen dan ikzelf. Mijn burnout klachten blijven maar aanhouden en ze verminderen slechts mondjesmaat.

Zwemvrees

In de winter is er bijna niemand op het strand, maar in de lente wordt het weer drukker. Allerlei mensen liggen in de zon of gaan de zee in. Ik hou niet van in de zon bakken, maar heb wel altijd een diepliggende wens gehad om in het water te springen. Maar ik durf het niet.

Ik heb zwemvrees. Ik heb al meer dan 30 jaar niet gezwommen. Elke paar jaar krijg ik een een tijd lang zin om in een zwembad te springen. Maar dan ben ik bang en moet ik een beetje huilen. En dan gaat het weer over.

Nu ik in mijn burnout zit heb ik eindelijk eens de tijd om me af te vragen waarom ik eigenlijk zwemvrees heb. Als kind ben ik heel vaak naar het zwembad in Zwanenburg geweest. Ik heb alleen zwemdiploma A maar ik weet nog goed hoe heerlijk het was om in het water te zijn, en daarna op mijn handdoekje te liggen in het gras. Met een zoute drop van 10 cent uit het winkeltje.

Maar ergens in mijn puberteit is het fout gegaan. Wat is er toch gebeurd? Ik heb toen een anti-strand en anti-zwembad gevoel ontwikkeld. Ik ging als tiener nooit met vrienden op vakantie, want zij wilden altijd “zon, zee, strand” vakanties doen en ik vertelde ze dat ik dat niet leuk vond.

Mijn nieuwe zwembroek, waarmee ik een grote angst zal overwinnen.
foto: © 2018 kutikhebeenburnout.nl

Blubberlichamen

Wandelend over het strand zie ik in de lente allerlei schaars geklede mensen verschijnen, die niet mooi zijn. Het strand is nooit zoals op TV, waar iedereen lekker is. Ik hou niet zo van naakte blubberlichamen. En niet van beharing, en eelt, en mensen die bukken om een te kleine zwembroek aan te trekken. Ik val hen toch ook niet lastig met mijn lichaam? Ik ben lang en dun en sinds mijn vijfendertigste zit er een soort raar buikje op. “Dat zal ik in elk geval andere mensen nooit aandoen, om zomaar halfnaakt in het openbaar rond te gaan banjeren,” denk ik soms.

Dan valt opeens mijn kwartje… ik wil mensen niet “lastig vallen” met mijn eigen lichaam.

Als kind en tiener was ik altijd heel mager. Ik kon kilo’s taart en patat en snoep eten, maar ik werd nooit dikker. Als puber begon ik me daar steeds meer voor te schamen. Ik sloot mezelf op in mijn kleding. Ik stopte met het dragen van korte broeken en korte mouwen, ook als het warm was. Ik deed niet aan sport, want dan moet je korte kleding aan.

Ik loop weer in de duinen. De zon schijnt volop. Ik heb het warm, maar heb lange kleding aan. Ik vraag me af waarom ik mijn mouwen niet omhoog doe. Dan zie ik opeens in dat ik helemaal geen zwemvrees heb. Ik ben gewoon bang dat andere mensen mijn lichaam zien. Al 30 jaar lang.

Bij relaties in bed heb ik er niet zo’n problemen mee, maar in het openbaar wel. Als ik mezelf in een etalageruit zie lopen dan vind ik mezelf een slungel die niet stoer loopt en zijn buik probeert in te houden.

Overwinnen

Vanaf dat moment wordt het steeds warmer weer. En ik ga mezelf elke dag meer ontkleden. Steeds vaker fiets of wandel ik met mijn mouwen omhoog. En op een dag doe ik zelfs een korte broek aan. Fuck it. Mijn benen zijn wit maar niet zo dun, want ik fiets al bijna twee jaar elke dag.

Ik heb het gevoel dat ik mijn angsten aan het overwinnen ben. En vergeleken met die blubberlui op het strand ben ik zo erg nog niet. Ik ben al lang niet meer zo mager als toen ik kind was. Eigenlijk ben ik best normal. Sterker nog, voor mijn leeftijd zie ik er best aardig uit; afgezien van mijn buikje ben ik nog niet kaal en ik heb geen rimpels. Wel wat grijs haar, maar dat is best prima.

Ik krijg ook een kleurtje, ben minder bleek. Ik heb twee mooie korte broeken die me na 10 jaar nog steeds passen en goed staan. Ze komen uit de kast en gaan er niet meer in. Ik ga met blote voeten in mijn canvas zomerschoenen. Fuck sokken. Het voelt lekker en fris. De wind waait langs mijn benen als ik fiets.

Dan opeens weet ik het: ik hou weliswaar niet van op het strand bakken in de zon, maar ik wil wél het water in. Ik lees altijd al dat zwemmen zo gezond is en ook heel goed is bij burnout, stress, angst en depressie. Verdorie, ik moet het doen! Ik bestel schoorvoetend online een zwembroek van Donnay. Heerlijk, een jaren ’80 merk uit mijn tienertijd. Langzaam wen ik aan het idee dat ik gekleed in slechts een zwembroek de zee in wil gaan springen.

Ik zwem

Mijn zwembroek wordt na enkele onrustige dagen bezorgd. Ik trek hem aan voor de spiegel. Hij staat verdomde goed! Nu kan ik niet meer terug, nu ga ik het doen ook, hoewel het eng is. De volgende ochtend rijd ik naar het strand bij Parnassia. Naar beneden lopen en dan linksaf richting Bloemendaal aan Zee, want rechtsaf is een hondenstrand vol met schijt en loslopende blaffende aanstellers.

Mijn zwembroek en handdoek zitten in mijn tas. Het is rustig en zonnig. Alleen verderop zijn wat mensen. Ga ik het echt doen? Ik trek mijn kleren uit en doe mijn zwembroek aan. Een paar seconden ben ik helemaal naakt in de zon. Ik voel mijn voeten in het zand en een zachte zeewind over mijn lichaam. Ik ben een zoogdier, één met de natuur, zo voelt het opeens.

Als ik naar de zee loop word ik bang, Ik tril een beetje. Zou ik het écht durven? Zou ik écht geen angst hebben voor het water? Ik loop door tot mijn onderbenen in het water staan. Dan word ik duizelig, een beetje dronken. Ik merk dat dat door het bewegende water van de branding komt. Als ik naar het land kijk word ik weer normaal.

Ik loop verder en laat mezelf dan met een diepe zucht vallen in het water, dat best koud is. Ik doe een schoolslag. Ik zwem. Ik zwem! Ik ben in de zee en ik zwem! De bevrijdende, golvende zee! Ik moet huilen.

Al die jaren heb ik dit niet gedurfd. Terwijl het zo heerlijk is. Ik huil en praat hardop tegen mijn overleden moeder, die het altijd zo zonde vond dat ik niet wilde zwemmen. “Kijk mam! Ik durf het! Ik zwem in de zee!” huil ik hardop.

Ik zwem mee met de golven. Het water smaakt zout. Voor het eerst in jaren voel ik echt mijn héle lichaam, ik ben een mens, een levend wezen, zo voelt het. Ik moet van mijn psycholoog uit mijn hoofd gaan en meer in mijn lichaam zijn. Ik weet nooit zo goed wat dat betekent. Nu pas weet ik het. Oh wat is dit heerlijk!

Na 20 minuten rugslag, schoolslag en gewoon een beetje dobberen ga ik terug naar huis. Ik ruik na het douchen nog steeds de zee in mijn neus. En mijn lichaam is kalm. Ik ben zo kalm. Wat heerlijk dat ik zo kalm kan zijn. Ik stuur blije WhatsApp berichten naar mijn vrienden.

Dit is een overwinning. Dit is goed voor mij en mijn burnout. Ik ga vaker zwemmen. Morgen meteen weer.

Volgende keer

Volgende keer smijt ik uit woede mijn spanningsregistratie in de prullenbak.

Bekijk reacties op deze blogpost of reageer zelf!

Advertentie