#125: Flashbacks van de vakantie

In de week nadat ik mijn vakantie heb afgebroken (zie blog #124) ben ik tegelijkertijd tevreden en nerveus. Op één of andere manier ben ik trots dat ik op vakantie ben gegaan en dat ik een grote stap heb genomen in de verwerking van de dood van mijn ouders. En ik heb echte sneeuw gezien! Zestig centimeter sneeuw all over the place! Heerlijk.

Ik ben ook wel verdrietig. Dat mijn vakantie geen “vakantie” was en dat ik op de derde dag alweer naar huis ging met de meest verschrikkelijke overprikkelings- en nervositeitsklachten. Ik ben dus inderdaad nog lang niet beter, en kan nog lang geen “grote dingen” aan. Ik wissel een beetje af tussen huilen omdat ik in dat mooie dal ben geweest en er nu niet meer ben, en gewoon verder gaan met mijn leven. Anderhalve week lang ben ik niet echt kalm.

Een dromerig avontuur

Het voelt alsof ik net een dromerig avontuur heb beleefd. Ik was in Zwitserland, in de sneeuw, en dat was prachtig om te zien. Maar nu opeens ben ik weer thuis en is alles weer hetzelfde. Was het een droom? Was ik er niet helemaal bij? Flashbacks van mijn reis vliegen dagenlang door mijn hoofd.

(Advertentie)

Zo zit ik in de trein op de heenreis bij een man en een vrouw met een kind. Ze gaan op wintersport. Ik maak lol met het jochie (hij zegt dat er een zwembad is en ik vraag hem of hij ook gaat skiën in het zwembad). De man van het stel maakt zó’n verschrikkelijk slechte grap, dat ie eigenlijk weer goed is. (Dat er in Zürich geen strand is, “en dat dat best zurig is”. Ik antwoord daarop: “wat Basel je nou?” en nu zijn we dus voor altijd vrienden).

Dagenlang erna vliegt de grap van de man nog door mijn hoofd en ik moet er steeds om lachen. Opeens stapt het gezin uit want ze gaan niet naar Zwitserland en ik wel. Weg zijn deze mensen weer. Ik weet hun namen niet, en ik zie ze nooit meer terug.

Een ouder Duits echtpaar vraagt mij bij een paar overstappen of ik hun koffers in de rekken wil leggen, want ik ben twee meter lang en zij niet. Opeens reizen we samen. Ik merk dat ik best goed Duits spreek. Ze zijn aardig en mij erg dankbaar voor het helpen met de koffers. Maar ik moet er op een gegeven moment uit. Ik weet hun namen niet en ik zie ze nooit meer terug.

In Zwitserland wacht mij heerlijke Bratwurst.
foto: ©2020 kutikhebeenburnout.nl

Een groep Chinezen stapt in en moet naar Basel Bad Bahnhof. Er wordt iets vaags omgeroepen dat de trein niet helemaal naar Basel Centraal zal rijden. Een meneer vraagt mij of de trein nou wél of niet naar Basel Bad gaat. Ik weet het niet maar vertel hem dat ik het ga onderzoeken want ik wil het zelf ook weten. Ik loop de ellenlange trein af op zoek naar de conducteur. Die legt me uit dat de trein wel naar Basel Bad gaat maar niet verder naar Basel Centraal. Ik zelf moet er dan eerder uit om een andere trein te pakken, maar de Chinezen hebben geluk.

Nadat ik dit allemaal in half Duits, half Engels en nul procent Chinees heb uitgelegd, is de hele groep mij erg dankbaar. Ook de kinderen bedanken mij. Ik ben een held voor ze. Ik lees een nieuwsberichtje over een nieuw soort virus dat uit China komt overwaaien. Corona heet het. Ik hoop dat de Chinezen het niet hebben. Ik stap uit. Ik weet hun namen niet en ik zie ze nooit meer terug.

Huilen

In de weken na de reis komen steeds weer andere beelden terug in mijn dagdromen, alsof mijn hersenen nu pas de tijd krijgen om alles te verwerken. Lang reizen per trein is eigenlijk heel prikkelend en heel emotioneel. Je ontmoet tientallen mensen, je krijgt een band met ze. En dan zie je ze nooit meer terug. Je kan geen bedankt zeggen. Je kan geen dag zeggen. Ik weet niet of mijn burnouthoofd hier wel tegen kan.

Ik vraag me steeds af hoe het leven van andere reizigers verder is gegaan nadat ze uit mijn leven zijn overgestapt. Vaak als ik aan de treinmomenten denk, moet ik opnieuw lachen, en soms huilen. Ik moet ook erg hard huilen om een Zwitserse mevrouw die mij al haar eten aanbood nadat we ontdekten dat de bistro in de ICE-trein géén bevoorrading had gekregen in Duitsland en er dus niets te eten was. Dit was op mijn terugreis naar Nederland.

Ze gaf me een appel, een zak noten, en een “Hasli Nussli”. Dat is een lekkere notenkoek uit het Haslital. In ruil daarvoor gaf ik haar een héél klein chocolaatje dat ik gratis van de Deutsche Bahn had gekregen. Ik moest overstappen en ik zie haar nooit meer terug. Anderhalve week later zeg ik soms nog steeds in mezelf “dankuwel, Hasli Nussli mevrouw” en dan moet ik huilen. Zo gaat dat bij een burnout: je moet huilen om de simpelste dingen.

Op de terugreis naar Nederland help ik een grijze man, die enorm naar zware shag ruikt, om zijn koffer in het rek te leggen. De koffer is GIGANTISCH zwaar. Hij vertelt dat er alleen maar boeken in zitten. Elke maand reist deze man met de trein van Zwitserland naar Nederland, want hij heeft een huis gekocht in Amsterdam. Elke keer neemt hij weer iets mee, net zolang totdat alles verhuisd is. Vreemd en interessant. Mijn hersenen proberen dit allemaal te verwerken.

In Frankfurt moet ik een uur wachten op mijn overstap. Een mooi moment om Frankfurter worstjes te gaan eten. Ze zijn heerlijk. Ik eet ze buiten op, op het stationsplein. Maar Frankfurt is een hel. Ik ben omringd door bedelaars, hangtuig en mensen die uit de vuilnisbakken eten. De stationsomroeper waarschuwt voor zakkenrollers en bagagedieven. Ik wist niet dat dit nog bestond in ons rijke, moderne West-Europa. Ik sta met mijn beide benen door de draaglussen van mijn bagage, die op de grond ligt, zodat deze niet gejat kan worden. Jonge meisjes met baby’s vragen mij om geld. Een enorm vieze dakloze met gaten in zijn kleren en onbedoelde dreadlocks dwaalt wanhopig rond met zijn hand op. Ik ben opeens blij dat ik alleen maar een burnout heb.

(Advertentie)

Ik geef hem een briefje van 20 euro en wens hem een goede dag. Hij moet bijna huilen van blijdschap. Ik ga weer naar de treinen en voel me alsof ik in een David Lynch film leef. Het lijkt wel alsof het niet echt is. Ik ben in een wereld die vreemd voor me is, en ik ben er niet echt bij. Thuis moet ik huilen om de dakloze man. Ik hoop dat hij lekkere Frankfurter worstjes met mosterd en mierikswortel heeft gekocht van mijn geld. Of vijf paar sportsokken wit. Of heroïne, zolang hij er maar blij mee is, die arme man.

Ik word weer normaal

Een dag of veertien na mijn reis word ik weer een beetje normaal. Ik word langzaam weer wat minder zenuwachtig en de beelden en geluiden van de treinreis vervagen langzaam. Ik ga weer elke dag wandelen of fietsen, rustig aan doen, en verder met mijn nieuwe voornemen om niet meer per sé te willen gaan werken (zie blog #110).

Ik keer weer terug naar mijn langzame, lege leven, en verwerk alle emoties en indrukken die mij in minder dan 72 uur als een knallend vuurwerk werden voorgeschoteld. Langzamerhand ga ik ook steeds minder huilen. En het werkt! Ik word weer normaal. Ik keer weer terug naar het niveau van voor mijn reis. En dat is mooi. Het betekent dat mijn hersenen in staat zijn om zich te herstellen. Het duurt wel lang, maar het werkt echt!

Volgende keer

Volgende keer merk ik dat mijn angsten bijna helemaal weg zijn.

Bekijk reacties op deze blogpost of reageer zelf via Facebook, Instagram of Twitter.