#109: Daarom duurt mijn burnout dus zo lang

Burnouts duren lang. Soms lees je dat een burnout net zo lang duurt om weg te gaan, als dat hij is opgebouwd. “Je ziet er niet ziek uit, maar toch kan je maanden of zelfs jaren niet normaal functioneren”, zo schrijft het CSR-centrum.

Het herstel kan zo lang duren omdat je bijvoorbeeld de stressfactoren in je leven niet kan oplossen of wegnemen (zoals een druk gezin, lastige relatie, financiële problemen, mantelzorg, huisvesting, een zeurende baas, een eigenwijze arbo-arts, een strijd met het UWV). Maar het kan ook gewoon zo zijn dat je lichaam überhaupt niet meer (goed) in staat is om te herstellen. Het CSR-centrum schrijft verder:

Ook het herstelvermogen zélf kan haperen. Het lichaam moet in de ‘herstelstand’ kunnen komen voordat er sprake kan zijn van daadwerkelijke regeneratie. Soms is dat lastig, door bijvoorbeeld een overwegende dominantie van de ‘actie-modus’ van het autonome zenuwstelsel.

Heeeejjjj, dit is herkenbaar! Mijn actie-modus domineert gigantisch, Zodra ik mezelf licht ga prikkelen of een activiteit ga doen, het maakt niet uit wat het is; wandelen, fietsen, computeren, boodschappen, TV-kijken, een sociale afspraak, dan ga ik “aan”. Ik word dan gejaagd en nerveus. En dan duurt het uren of soms zelfs dagen voordat ik weer “uit” ga en tot rust kom.

(Advertentie)

Trillen

Zoals ik al schreef in blog #105, ben ik pas kort geleden gestopt met trillen. Ik heb drie jaar lang getrild, 24 uur per dag. Opeens realiseer ik mij dat ik voortdurend in een gespannen stand heb gestaan, in de “actie-modus”. Die begint nu pas langzaam te veranderen in “aan” en dan weer “uit”.

Als ik “aan” sta, heb ik niet zo veel last van mijn lichamelijke klachten. Het voelt dan dus wel redelijk okee om te computeren, TV te kijken, te kletsen met mensen, lang te fietsen, etc, Maar ik ga daarna niet meer meteen “uit”. De rust komt niet meteen zodra ik rust neem. Dus ik voel me dan nog steeds niet zo slecht, en ga weer verder. Even naar de carwash, boodschappen, de vaatwasser leegruimen. En zo krijgt mijn lichaam nooit meer de kans om weer “uit” te gaan.

Na een paar dagen stort ik dan weer in, en zo jojo ik weer verder (zie ook blog #107). Maar waarom gaat mijn herstel zo langzaam? Waarom ben ik niet in een half jaartje of een jaar helemaal weer de oude geworden?

December 2019, fietsen in de koude ochtendlucht blijft heerlijk. Maar daarna moet ik weer in de “uit” stand.
foto: © 2019 kutikhebeenburnout.nl

De opbouw

Als ik er over nadenk, begin ik meer en meer in te zien dat mijn burnout heeeeeeeel lang in opbouw is geweest. Het is niet alleen in het laatste jaar gebeurd waarbij ik in een stressvolle baan zat. De stress begon zich al vele, vele jaren eerder op te bouwen. Het begon namelijk allemaal een jaar of vier vóórdat mijn blog begint.

In 2010 kreeg mijn moeder een hersenbloeding en raakte ernstig gehandicapt. Dat was een zeer zware periode voor mij. In 2012 overleed ze, omdat ze niet meer wilde leven en weigerde om nog te eten en te drinken. Twee jaar lang ging ik een paar keer per week bij haar langs, en ik zag langzaam in dat ze helemaal niet herstelde, maar eigenlijk langzaam naar de klote ging. Ik had nog nooit een dergelijke situatie in de familie meegemaakt.

Tegelijkertijd probeerde ik ook nog om een bedrijf op te richten. Dat was hard werken, en de samenwerking met mijn mede-oprichtster begon me steeds meer tegen te vallen. Ik begon langzaam maar zeker in te zien dat het bedrijf gedoemd was om te mislukken door haar toedoen. Ik werd door haar ook voortdurend tegengewerkt en soms zelfs geminacht. Hierdoor raakte ik steeds meer gestresst en verwerkte ik de dood van mijn moeder ook niet echt goed; ik had er geen tijd en energie voor. Ik bleef helaas steeds maar in deze situatie zitten en was niet assertief genoeg om ófwel mijn zakenpartner er uit te smijten ófwel zelf op te stappen.

De stress zakte destijds wel weer een beetje zodra ik rust nam, bijvoorbeeld in de weekenden, als ik een bezoekje aan mijn moeder oversloeg en gewoon op de bank bleef liggen. Mijn lichaam kon op dat moment dus nog wel tegen stress en het systeem van “aan” en “uit” werkte nog. Ik merkte echter wel dat het “uit” gaan en tot rust komen best lang duurde. Als ik dan thuis kwam na het werk duurde het tot wel twee uur voordat ik weer rustig was.

In 2015 stopte het bedrijf, en daar was ik blij mee. Ik was enige tijd daarvoor tóch zelf opgestapt als directeur, wat assertief van mij was, maar wel gewoon in dienst gebleven in een andere functie. Voor mijn gezondheid had ik eigenlijk gewoon helemaal weg moeten gaan. Nou ja, eindelijk was ik van het gezeik af, maar het was natuurlijk ook wel een teleurstelling en ik was bovendien 35.000 euro kwijt. Ik ging vier maanden kalm aan doen en leven van mijn resterende spaargeld. Rustig werken aan een hobbyproject voor mezelf. Even pauze.

Maar ik kwam niet echt tot rust in die vier maanden. Het was niet echt “lekker kalm”. Ik twijfelde wat ik zou moeten gaan doen qua werk. Weer een eigen bedrijf opstarten? Weer ZZP’er worden? Weer in loondienst gaan? Ik was onzeker over de toekomst, en voelde me ook nog best onrustig en moe. Ook worstelde ik nog met mijn mislukte bedrijf en hoe genaaid ik me voelde door mijn ex-zakenpartner, die inmiddels de laatste duizendjes van het bedrijf via pinautomaten aan het opnemen was. (Ik kon namelijk nog steeds in de bankrekening kijken.) Wat een oplichtster. Hoe had ik dit kunnen laten gebeuren? Er zat nog woede in me en teleurstelling. Mijn herstelsysteem bleef maar haperen en ik kwam nog steeds niet meer écht tot rust, waar ik wél aan toe was.

En zo ging het verder

Toen nam ik een maar een baan aan, en daar begint mijn blog (zie blog #02, “Een nieuwe baan”). Ik heb eigenlijk niet gezocht naar banen. Ik werd gebeld en kreeg deze baan aangeboden, dus zonder het afwegen van voor- en nadelen ging ik daar maar werken want dan hoefde ik in elk geval niet meer te twijfelen over wat ik zou gaan doen.

Ik had dus al vier jaar aan stress en vermoeidheid opgebouwd toen ik begon aan die baan, die mij wel heel leuk leek maar zonder dat ik had rondgekeken naar andere opties en zonder dat ik naar mijn lichaam of emoties luisterde; dat kon ik immers toen nog niet goed. Het was lichamelijk tot dan toe nog wel te doen, maar door de lange dagen met veel fileleed, een superchaotische baas en mijn perfectionisme kreeg ik nu écht helemaal geen kans meer om tot rust te komen.

Voor het uitrusten, waarbij het nu soms al meer dan vier uur kostte om te kalmeren, was geen plaats meer omdat ik steeds laat uit mijn werk kwam, nog snel even iets moest eten, en dan eigenlijk al weer meteen naar bed moest. En ik zat natuurlijk voortdurend op social media terwijl de TV ook nog aan stond. En ik rookte tegelijkertijd en at nog snel een zak chips leeg. Dit zorgde ervoor dat ik letterlijk elke dag gespannen, nerveus en in de “actie-stand” naar bed ging.

De slaap was niet meer voldoende om te herstellen want de wekker ging al weer vroeg, en ik kreeg een herstelachterstand. Ik weet nog dat ik, nadat de wekker ging, nog wel een uur nodig had om echt in staat te zijn om uit bed te gaan, zó moe werd ik wakker. Dus de wekker moest om 05:00 gezet worden, dan kon ik er om 06:00 uit strompelen en om 07:00 de deur uit gaan als ik om 08:00 op mijn werk in Utrecht wilde zijn. Nou ja, lees zelf maar vanaf blog #03 hoe het verder ging. De burnout is dus in een jaar of vier of vijf opgebouwd, waarbij het laatste jaar slechts de druppel was.

In de eerste twee jaar van mijn burnout waren de herstelomstandigheden niet goed, zie ook blog #94. Ik kon wel mondjesmaat tot rust komen, maar nog niet écht herstellen omdat er nog zoveel stressfactoren, rouw, verdriet, woede en innerlijke strijd aanwezig waren. Pas vanaf het derde jaar begon mijn herstel een beetje van de grond te komen.

De toekomst

Het is dus helemaal niet zo raar dat ik pas na drie jaar ben gestopt met trillen en dat ik nu nog steeds niet hersteld ben. Het échte herstellen, waarbij ik per dag langer slaap, veel meer kan loslaten, minder gespannen ben, en daadwerkelijk tot rust kan komen (zie blog #102) is eigenlijk nog veel te kort geleden om nu al resultaten te willen zien.

Ik begin het nu pas allemaal te begrijpen. In het begin dacht ik “ach een burnout, dat duurt 6 tot 12 maanden gemiddeld, het komt wel weer goed”. Maar nu pas begrijp ik hoe veel er bij mij achter zit, hoe lang het is opgebouwd, en hoe ongekend groot de schade is aan mijn lichaam, met name het rust- en herstel systeem. Ook ben ik bang dat het mij hersenletsel heeft opgeleverd in de vorm van concentratieproblemen en een slecht geheugen.

(Advertentie)

Door dit inzicht kan ik nu beter accepteren dat ik er nog niet ben, en dat ik er nog láng niet ben. En dat er nog hoop is dat het herstel dus niet stil staat, maar eigenlijk pas net begonnen is.

Zal het nog een jaar zijn? Nog twee jaar? Nog drie zelfs? Ik zou het niet weten, maar ik denk er maar niet te veel aan. Als mijn burnout inderdaad net zo lang duurt als de opbouw dan zal ik op vijf jaar moeten rekenen.

In dat geval ben ik dus al ruim over de helft! Yeah!

Volgende keer

Volgende keer mijn worsteling met de kerstdagen.

Bekijk reacties op deze blogpost of reageer zelf!