#92: Ik mag huilen, ook als de hond niet dood is

Het is augustus 2019. Volgende maand ben ik drie jaar ziek. Alles lijkt wat rustiger te worden in mijn hoofd, en ik ben beter belastbaar. Dit merk ik onder andere doordat ik minder vaak spontaan aan het huilen ben.

De afgelopen 35 maanden heb ik minstens één keer per dag gehuild. Gejankt, geschreeuwd, als een kind, met volle overgave. En als ik niet zoveel huilde dan had ik wel een enorme aandrang om te huilen, maar lukte het niet.

Huilie huilie

Huilen wordt vaak geassocieerd met zielig doen of aandacht trekken, zeker als je volwassen bent, en evolutionair is het ook de bedoeling om aandacht te trekken van anderen als je huilt. Baby’s krijgen daardoor de zorg die ze nodig hebben.

(Advertentie)

Maar ook als volwassene werkt het zo. Huilen is gezond, het lucht op, het vermindert stress. En je krijgt aandacht van anderen. Daar schamen we ons voor, want we hebben aangeleerd gekregen dat we ons daarvoor moeten schamen. Aandacht en hulp vragen mag niet, want dat is huilie huilie doen.

Mensen die op TV gaan huilen tijdens een interview proberen het altijd in te houden en zeggen altijd “sorry”. Fuck sorry. Je bent een mens, verdomme. Fuck de interviewer maar. Fuck de kijker maar. En fuck de regisseur die stopt met filmen als er gehuild wordt. Niks sorry. Je bent aan het huilen. Je zegt toch ook geen sorry omdat je ademhaalt of moet poepen?

Nog erger: mensen die blij verrast worden of iets prachtigs zien en dan moeten huilen. Zodra ze weer adem kunnen halen wordt er meteen gezegd:“het zijn tranen van geluk hoor!”. Want andere tranen mogen niet, en huilen is negatief dus we moeten het onmiddellijk uitleggen. Als ik iemand hoor zeggen dat “het maar tranen van geluk” zijn, dan krijg ik zin om te gaan slaan met een flink stuk hout. Het zijn tranen van emoties. Gewone, normale emoties die iedereen heeft, van baby tot bejaarde. Van hippie tot dictator, van man tot vrouw tot overig.

Volwassenen -en zeker mannen- mogen natuurlijk eigenlijk alleen maar huilen als de hond dood is, of als ze gaan trouwen. Dat zijn de twee opties. Voor de rest moeten ze hun kop houden, zoals algemeen aanvaard. Als mannen hun eerste kind geboren zien worden dan mogen ze flauwvallen, maar niet huilen.

Ik leerde de afgelopen drie jaar wel wat een totaal denigrerende onzin dat is. Gelukkig kon ik gewoon aanvaarden dat ik elke dag moest huilen. En dat het lekker was, alhoewel ook vermoeiend. Soms huilde ik zo veel dat ik me afvroeg of het ooit nog op zou houden.

Ik kon zelfs gewoon huilen op de plek waar ik op dat moment was. Op het strand, in de Albert Heijn, tijdens een fietstochtje, bij vrienden, als er iemand bij me langs kwam, als ik met buurtbewoners op straat een praatje maakte, bij de bakker en de slager. Het is niet erg om te huilen. Het is niet verkeerd, het is niet om zielig te doen. Het is echt, oprecht huilen en het komt er gewoon uit.

En iedereen die ik sprak, zelfs totaal vreemden die in de duinen aan het hardlopen waren (zie blog #20) was lief, aardig, of begon zijn eigen levensverhaal te vertellen.

Ik huilde ook als ik iets moois zag.
foto: © 2019 kutikhebeenburnout.nl

20 minuten rust na elke activiteit

Meestal als het huilen minder werd, kwam dat doordat ik het onderdrukte. Ik ging dan meer activiteiten doen en hield mezelf bezig om mijn gevoel te vermijden of te onderdrukken. Dat kon ik dan wel aardig volhouden, maar mijn stress en spanning steeg dan langzaam, en daarna kwam het er weer keihard uit.

Ik leerde dat het inhouden van spanning niet echt gezond is, en dat het er altijd vanzelf weer uitkomt in de rustige momenten. Rustige momenten zijn bij uitstek te momenten waar je hersenen alle emoties verwerken die er zijn. Zitten of liggen met je ogen dicht, en misschien een heel zacht rustig muziekje.

Dat is dus ontspanning, EN DUS NIET OP JE TELEFOON KIJKEN OF RADIO OF TV AANGOOIEN (zie blog #65), en dat is extreem belangrijk. Slapen in de nacht is niet genoeg, er zijn méér rustige momenten nodig om je emoties en indrukken te verwerken. En dat heb ik in mijn hele leven bijna nog nooit gedaan. En dus de afgelopen drie jaar heb ik vrijwel non-stop gehuild om alles in te halen.

Maandenlang begon ik te huilen zodra ik een moment van rust nam van ongeveer 20 minuten of langer. Even vijf minuten in de tuin zitten en mijn e-mail checken was dus niet genoeg. Ik moest minstens 20 minuten met mijn ogen dicht liggen of zitten, en dan pas kwam er iets uit.

Ik hoorde en las later op verschillende plekken dat adrenaline ongeveer 20 minuten nodig heeft om te zakken, en dat je hersenen ongeveer 20 minuten van rust nodig hebben om te kalmeren na een inspanning.

Dus die 20 minuten werden voor mij een soort leidraad, een handvat. Na alles wat ik deed, 20 minuten absolute rust. En het heeft gewerkt, denk ik, want het huilen is nu oprecht minder geworden. Ik houd mijn emoties niet meer in, de behoefte om zo veel te huilen is écht aan het weg gaan.

Huilen met een reden

Het “huilen zonder reden” is nu bijna helemaal weg, 35 maanden na aanvang van mijn burnout. Ik huil nu alleen nog maar als er een reden is. Dat wil zeggen, als ik emotioneel geraakt wordt door iets wat ik zie, voel of denk.

(Advertentie)

Het lijkt er op dat mijn arme geteisterde hersentjes nu eindelijk weer naar hun natuurlijke staat terugkeren: huilen als er iets te huilen valt en niet meer om achterstallig stressonderhoud weg te werken.

Dit is vooruitgang. Dit is groots. Dit is belangrijk. Mijn burnout begint weg te gaan, te genezen. En ik zelf ben volwassen aan het worden. Volwasssen in de zin van: zoals de natuur het bedoeld heeft. Ik huil op de momenten dat het nodig is en laat dat toe.

En dat had ik een jaartje of 30 niet gedaan.

Volgende keer

Volgende keer merk ik dat mijn belastbaarheid een beetje toeneemt.

Bekijk reacties op deze blogpost of reageer zelf!