#79: Woede, verdriet en acceptatie

In de week nadat het UWV opnieuw mijn WIA aanvraag heeft afgewezen (zie blog #78) verander ik langzaam van “ik aanvaard dit onrecht” naar woedend.

Ik denk maar steeds na over dat het UWV van mening is dat ik 40 uur zou moeten kunnen werken, terwijl ik maar een uurtje per dag echt tot iets in staat ben. Hoe kan dat nou? Waarom is het zo oneerlijk?

Somatoform

In het verslag van mijn hoorzitting is de helft (opnieuw) weggelaten. Zo gaat dat bij het UWV, de arts rapporteert alleen wat voor hemzelf handig is. De lichamelijke klachten die ik genoemd heb zijn weggelaten, men gooit alles op psychische klachten. Ze noemen deze klachten “somatoform” en “onverklaarbaar” en dus is ervolgens hen geen urenbeperking van toepassing.

Wat een eikels. De klachten zijn gewoon lichamelijk en de oorzaak is heel duidelijk: de burnout verstoort de hormoonhuishouding en het rust- en recuperatiesysteem. Ze zijn wél verklaarbaar: een langdurige overbelasting heeft het lichaam in een permanente stresstoestand gebracht. Daar is niets geestelijks aan. Hoe meer ik er over nadenk, hoe bozer ik word.

De eerste dagen denk ik dat ik dit eindresultaat van mijn bezwaarprocedure wel kan accepteren. Het is nou eenmaal zo. Het UWV is een ordinaire verzekeringsmaatschappij en ze hanteren ordinaire tactieken om zo min mogelijk uit te betalen, net zoals alle andere verzekeraars. En dan mag je naar de rechter gaan om je verhaal te halen.

Bij elk zinnetje dat ik lees in hun verslag zie ik weer fouten, weglatingen, onjuistheden. Van de 10 pagina’s van mijn bezwaarschrift zijn maar 2 pagina’s opgenomen in het verslag. Waar is de rest? Waar zijn de antwoorden op alle vragen die ik stel en problemen die ik aan de orde heb gesteld?

Ik begin een lijstje te maken van alles wat er niet klopt. Dat lijstje laat ik dan steeds weer rusten. Maar ik word er steeds zenuwachtiger van. En steeds bozer, en ik krijg het niet meer uit mijn hoofd. Op een dag moet ik heel hard huilen van woede. Ik schreeuw het uit. Wat een klootzakken en oplichters daar bij het UWV. Twee verschillende “artsen” hebben aantoonbaar tegen mij gelogen en de derde heeft van alles weggelaten uit zijn verslag.

Het enige dat hij noemt is mijn uitputting en slechte recuperatie na inspanning. Beide zijn onverklaarbaar volgens hem, en dus kan ik 40 uur werken. Want klachten die niet verklaarbaar zijn tellen niet mee. Ik vraag me af hoe dat juridisch zit, dus ik ga maar even Googlen.

Ik maak een Trello bord met alles waarmee ik de uitspraak van het UWV kan ondermijnen.
foto: © 2019 kutikhebeenburnout.nl

Wirwarrige dromen

En dan kom ik in een wirwar van informatie terecht. Het gedoe over hoe de diagnose burnout gesteld wordt (zie blog #48) en dat iedereen weer wat anders zegt. Het gezeik over somatoforme klachten, en of verzekeraars de behandeling daarvan al dan niet moeten vergoeden. Gerechtelijke uitspraken, beroepsprocedures, wetenschappelijke artikelen.

Ik ontdek steeds meer gaten in het verhaal van het UWV. Ik had oorspronkelijk besloten om niet in beroep te gaan bij de rechter, omdat dit veel te zwaar voor me is en ik geen advocaat kan betalen. Maar fucking hel, ik word steeds bozer.

Het UWV heeft zoveel steken laten vallen, ik kan het niet laten rusten. Dagenlang denk ik aan het UWV, de arts, mijn bezwaar, de trucs die het UWV heeft toegepast, de leugens, de weglatingen. De gedachten hierover flitsen door mijn hoofd, dag en nacht.

Een paar keer per dag doe ik een oefening om mijn hoofd leeg te maken, ik sta voor de spiegel en spreek mezelf toe: “Martin, een rechtszaak is te zwaar en te duuur. Je hebt nu een WW uitkering, nog 19 maanden. Dus laat het rusten. Laat het UWV rusten. Okee ik besluit het bij deze; ik laat het rusten. Ik ga NIET in beroep. Ik ga verder met mijn herstel, ik besluit bij deze dat ik het hierbij laat.”

Maar het helpt niet. Ik word in de nachten zwetend wakker met duizenden gedachten van teksten, argumenten, boosheid, beelden van de UWV-arts en het rondvliegende blauwe logo van het UWV. Het lijkt wel hoe ze in slechte films een droom van iemand laten zien. Ik droom nu letterlijk zo, dus die films zijn zo slecht nog niet.

Dan kijk ik mezelf nog eens aan in de spiegel: “Ik besluit bij deze dat ik niet in beroep ga. Ik laat het rusten. Ik gooi de linkjes en artikelen die ik al had verzameld nu weg.” Maar enkele uren daarna zoek ik een advocaat op. Want ik kán het niet laten rusten.

Ik stuur e-mails naar twee advocaten. Ik maak een schema in Trello waarin ik kolommen maak met onderwerpen waarmee ik de uitspraak van het UWV kan ondermijnen. In die kolommen zet ik linkjes en fragmenten van teksten met bronvermelding waarmee elk onderwerp kan worden bewezen of aangetoond.

Daarna ga ik weer voor de spiegel staan en zeg ik dat ik mezelf hiermee kapot maak en dat ik het moet laten rusten. Maar hoe meer artikelen, argumenten en fouten van het UWV ik tegenkom, hoe bozer ik word en hoe minder ik het kan laten gaan.

Ik ben er overheen

Wat een kutzooi. Snapt het UWV dan niet dat mijn burnout alleen maar erger wordt door dit gekloot? Is dat niet in strijd met de regels, waarin gesteld is dat cliënten van het UWV niets mogen doen om hun ziekte erger te maken?

Dan opeens, op een zondag, schoon ik al mijn notities op. Ik gooi mijn bookmarks weg, ik leeg mijn prullenmand. Klaar. Punt Ik ga daarna op het strand wandelen. In de dagen die volgen merk ik dat ik helemaal niet meer aan het UWV denk. Niet meer aan de WIA, de wetgeving, de regels. De fouten en het gezeik. De woede en het verdriet.

Het lijkt wel of ik er overheen ben.

Opeens realiseer ik me dat ik ook over het overlijden van mijn vader heen ben. Die is nu zeven maanden geleden doodgegaan (zie blog #45).

Opeens realiseer ik me dat ik nu ook over mijn ex-vriendin heen ben. Dat is nu 11 maanden geleden uitgegaan (zie blog #25).

Ik moet huilen van dit besef. Het lijkt wel alsof ik een nieuwe stap heb gemaakt. Mijn hersenen zijn als een gek bezig om alles te verwerken. De tijd gaat verder, het leven ook. Het is vast een hele goede stap in een hele goede richting. Mijn kop duizelt nog steeds, maar mijn emoties worden in elk geval verwerkt.

Met een opmerkelijke kalmte sta ik weer voor de spiegel: “Je bent er overheen, Martin. Wacht maar gewoon af wat die advocaten antwoorden en besluit dan om niet in beroep te gaan. Laat het UWV maar winnen. Het is beter voor je. Je kan het.”

De advocaten zeggen allebei hetzelfde: je moet een nieuw medisch onderzoek laten doen door een onafhankelijke partij, en daarmee naar de rechter gaan. Maar dat kost veel geld, in totaal wel 5000 euro, en het duurt dan een jaar of zelfs twee jaar voordat je antwoord hebt. De kans dat de recher je gelijk geeft is 25%.

Ik besluit dus definitief om niet in beroep te gaan. Ik laat het UWV winnen, die klootzakken. Ik heb mijn best gedaan. Het is beter voor me. Ik aanvaard mijn verlies, en dat is een winst. Goed zo, Martin, je bent goed bezig.

Volgende keer

Volgende keer maak ik een nieuwe stap in mijn behandeling.

Bekijk reacties op deze blogpost of reageer zelf!

Advertentie