#78: De WIA-hoorzitting bij het UWV

Het is zover. In maart 2019 is mijn hoorziiting bij het UWV, omdat ik bezwaar heb gemaakt tegen hun beslissing dat ik geen WIA uitkering kan krijgen (zie blog #57).

Sinds ik mijn bezwaarschrift heb ingediend was ik alles eigenlijk al een beetje vergeten, Nu is het vijf maanden later en alles komt terug. Ik moet in actie komen, terwijl ik geen energie heb. In mijn lichaam stijgt de spanning.

Voorbereiding

Dit is mijn laatste kans om het UWV te overtuigen dat ik toch écht niet kan werken, en al helemaal niet 40 uur per week, zoals de laatste arts oordeelde. Als het nu niet lukt, moet ik naar de rechtbank en daar heb ik totaal geen zin in. Dat soort procedures kosten jaren. Jaren van stress en advocaatkosten waar ik geen behoefte aan heb.

Van een lezer van mijn blog krijg ik een hoop tips. Dat overdrijven een pré is (zie blog #77) en dat ik misschien hulp kan krijgen van een WIA-belangenvereniging, bijvoorbeeld die in Hoensbroek. Helaas is er in Haarlem, waar ik woon, geen belangenvereniging maar ik vind wel een handige PDF genaamd “De WIA-beoordeling, informatie en adviezen over de arbeidsongeschikheidsbeoordeling“.

Daarin staan een hoop tips over wat er van belang is voor de beoordeling. Ik verzamel zo veel mogelijk informatie over wat ik wil gaan zeggen. Mijn belangrijkste punt is dat de eerstejaarsbeoordeling voor de ziektewet één grote clusterfuck was (zie blog #47) en dat helaas de WIA-beoordeling gebaseerd werd op juist die verkeerde beoordeling.

Mijn tweede punt is dat ik nu, inmiddels anderhalf jaar later, nog steeds ziek ben en niet kan werken. Van de Stichting Burnout, waar ik sinds kort contact mee heb, krijg ik het advies om de resultaten van mijn recente onderzoeken mee te nemen. Dat waren een SCL-90, een 4DKL en een UBOS test, waar alle drie uit kwam dat ik inderdaad nog steeds een burnout heb.

Ook hebben zij mij een probleemanalyse laten invullen, een test waar gekeken wordt naar de oorzaken van de burnout. Deze kan als extra informatie handig zijn.

Ze geven mij de tip om de arts te wijzen op de richtlijnen voor burnout en overspanning in de LESA, en te vragen of de arts de LESA hanteert. Als hij nee zegt, zo schrijven ze mij in een e-mail, dan kan ik direct een klacht indienen bij Herman Kroneman, die op dit moment hoofd is van Sociaal Medische Zaken bij het UWV. Hmmm, dat is wel een beetje een vreemd advies om zo hoog van de toren te blazen.

Ik noteer de handige dingen die in het PDF document genoemd worden. Langzaampjes maak ik een mooi lijstje met alles wat ik wil gaan zeggen. Het begint te duizelen in mijn hoofd. Ik begin wat zenuwachtig te worden. Maar ja, dat is ook wel verklaarbaar.

Ik maak me klaar voor de confrontatie met het zware rund dat het UWV is. Ik hoop dat het lukt.
foto: © 2019 kutikhebeenburnout.nl

Het gesprek

Ik rijd naar Alkmaar, waar het gesprek zal plaatsvinden. Ik heb niet het gevoel zenuwachtig te zijn, maar ik voel me ook niet echt kalm. Het gebruikelijke stomme burnout gevoel dus. Ik parkeer en haal een paar keer rustig adem. Dan ga ik het gebouw binnen.

De arts die mij te woord staat is een oudere man. Hij vertelt me meteen dat hij mijn hele bezwaarschrift van 10 pagina’s heeft gelezen, en dat hem opviel hoe vreemd de eerstejaars ziektewet beoordeling was verlopen. Ik vertel dat ik me een slachtoffer voel, omdat men mij destijds zonder mij te onderzoeken wilde overhalen om de WW in te gaan. En toen ik dat weigerde oordeelde de arts zomaar blindelings dat ik 40 uur kon werken. En toen ik begon te huilen maakte hij er opeens 20 uur van en vertelde hij mij dat ik daartegen géén bezwaar moest maken.

Ik krijg het gevoel dat deze nieuwe arts aan mijn kant staat. Het zou een strategie van hem kunnen zijn, een soort “good cop, bad cop” spelletje om mij een soort vertrouwen te geven. Maar vooruit.

Dan leg ik hem uit dat het nu natuurlijk alweer een paar maanden sinds mijn bezwaarschrift is en dat ik heb laten onderzoeken hoe erg mijn burnout nu is. Ik overhandig hem de SCL-90, 4DKL en UBOS testuitslagen. Hij is geïnteresseerd en wil ze hebben. Hij kent de tests, en erkent ook de burnout richtlijn van de LESA. Mooi zo, het lijkt er op dat deze man zijn werk goed doet.

We praten nog over mijn lichameljjke klachten. Ik wijs hem er op dat het niet de psychische klachten zijn waardoor ik niet kan werken. Dat ik elke dag moet huilen, me niet kan concentreren, niks kan onthouden, en dat soort zaken, maakt natuurlijk niet zoveel uit om te kunnen werken. Maar juist mijn duizelingen, uitputting, gonzende hoofd, prikkelgevoeligheid, gebrek aan herstelvermogen en angstaanvallen zijn de reden waarom ik niet kan werken. 

En als ik wél wat doe, zoals stofzuigen, wandelen, boodschappen of computeren, dan kan ik dat maar 45 minuten alvorens ik weer instort en totaal uitgeput een uur moet gaan rusten. De arts lijkt het te begrijpen, maar meerdere malen tijdens het gesprek draait hij zijn hoofd weg alsof hij niet wil luisteren, of oogcontact wil vermijden. Tijdens mijn relaas moet ik een paar keer huilen als ik vertel dat ik heel graag wíl werken en beter wíl zijn, maar het gewoonweg niet kan.

De arts vraagt over hoeveel ik slaap. Dan lijkt hij het gesprek te willen afronden. Maar we zijn pas 20 minuten bezig. Ik kijk op mijn lijstje of ik alles verteld heb. Ik heb nog niet alles verteld. Hoeft hij écht niks meer te weten? Hij lijkt al overtuigd te zijn. Het lijkt wel alsof hij in zijn hoofd al een beslissing heeft gemaakt. Dat is slecht nieuws, denk ik.

Als afsluiter wijs ik hem er nog op dat het echt heel raar is dat er zoveel verschil zit in de urenbeperking die ik zelf zie, namelijk dat ik nul tot één uur per dag kan werken, en de urenbeperking die het UWV ziet, namelijk dat ik 8 uur per dag kan werken. Een dergelijk verschil is enorm groot, en de argumentatie hiervoor van de vorige arts was veel te mager, zo vertel ik stellig. Er werd toen gezegd “ik geef een medisch objectief oordeel, en uw klachten zijn subjectief”. Punt.

De arts knikt en lijkt het met me eens te zijn, maar hij zegt niks. Hij mag kennelijk in dit gesprek nog niets zeggen of laten merken over wat hij zal oordelen. Dus hij geeft niet echt een antwoord. Of durft hij het niet? Hij staat al op om het gesprek af te sluiten, maar dan gaat hij weer zitten want hij moet nog uitleggen wat er verder nog gaat gebeuren. Het lijkt opnieuw alsof hij haast heeft en eigenlijk zijn beslissing al heeft gemaakt.

Hij vertelt dat het nu aan de arbeidsdeskundige is om een beslissing te nemen. Ik wijs hem er op dat hij zelf, en niet de arbeidsdeskundige, moet beslissen of er een urenbeperking zal worden gegeven. Hij bevestigt dit, maar wil niet zeggen wat hij gaat oordelen. Hij moet het “eerst laten bezinken”. Het lijkt wel alsof hij al lang weet wat hij gaat oordelen, en de verantwoordelijkheid voor het eindresultaat wil afschuiven op de arbeidsdeskundige.

Ik heb het goed gedaan

Ik zit weer in de auto, maar sta nog op het parkeerterrein van het UWV-gebouw in Alkmaar. In Alkmaar begon de victorie, denk ik opeens. Ik begin heel hard te huilen. Alle spanning van de voorbereidingen en het gesprek komt er uit. Ik huil 10 minuten onafgebroken. Als een kind herhaal ik de zin:“je hebt het goed gedaan, Martin” meerdere malen hardop.

Ik heb het goed gedaan. Nu maar wachten op het eindoordeel. Als ik een WIA-uitkering krijg, heb ik waar ik recht op heb. Krijg ik hem niet, dan heb ik nog 20 maanden recht op een WW-uitkering. Hoe dan ook, er is nog flink wat tijd om te genezen en weer een bestaan op te bouwen alvorens ik financieel de lul ben.

Na twee dagen worden ik gebeld door het UWV. Ze hebben slecht nieuws. Ze zien geen aanleiding om hun beslissing te herzien, en ik heb géén recht op een WIA uitkering. De arts heeft dus gewoon geoordeeld dat ik 40 uur zou moeten kunnen werken. Wat een zak hooi.

Ik stort in. Na het gesprek krijg ik een woedeaanval en begin te schelden en te schreeuwen. Gelukkig zit ik toevallig net in de auto, anders hadden mijn buren zeker de politie gebeld vanwege mijn geschreeuw,

Het UWV geeft me opnieuw géén urenbeperking. De uitspraak luidt:“Diagnose (8 P611) Burn out. De lichamelijke klachten berusten niet op een objectiveerbare fysieke aandoening en dragen daarmee een somatoform karakter. De recuperatiebehoefte die thans nog, twee jaar na begin van de klachten, wordt geclaimd kan dan ook fysiek niet worden verklaard. Een urenbeperking kan hieraan dan ook niet worden toegekend.”

Voor de gewone mens: de klachten zijn geestelijk, en dus krijg je geen urenbeperking. Godverdomme. Ik vraag me af waarom dat is, en hoe dat juridisch zit. De klachten zijn lichamelijk! Ze worden veroorzaakt door de burnout, ofwel de overbelasting van het lichaam in het verleden.

Was het niet minister Asscher die al in 2014 zei dat burnout wel degelijk onder de dekking valt van verzekeraars en wel degelijk een medisch objectieve stoornis is?

Het is gewoon een dooddoener van het UWV. De arts die ik gesproken heb wist al aan het begin van het gesprek wat hij zou gaan oordelen. Ze hebben gewoon een regel dat burnoutklachten geestelijk zijn en dat je dan geen urenbeperking krijgt, ongeacht de ernst ervan.

In de dagen erna keer ik weer langzaam terug tot de orde van de dag. Een rotgevoel, duizelingen, uitputting. Ik blijf me verbazen hoe uitgeput en kapot ik ben. En dat ik maar maximaal een klein uurtje iets kan doen per dag. Het UWV is gestoord. Ik voel me genaaid en geminacht. Ik heb nu drie keer een UWV-verzekeringsarts gesproken en drie keer ben ik genaaid in plaats van gehoord.

Binnenkort ga ik van start met een hersteltraject van de Stichting Burnout. Ik e-mail ze alvast een bedankje voor hun hulp bij het UWV-gesprek. Ik ben benieuwd wat er de komende maanden gaat volgen.

Volgende keer

Volgende keer bereid ik me voor om naar de rechter te gaan over de WIA beslissing.

Bekijk reacties op deze blogpost of reageer zelf!

Advertentie